Hieronder vind je de vragen die het meest worden gesteld via Tiktok en Youtube.
Gebruik "Ctrl+F" om te zoeken naar jouw onderwerp. Bijvoorbeeld, hou Ctrl+F tegelijk ingedrukt en type "baanstraal" om alle veelgestelde vragen te krijgen over baanstralen.
Onderaan kan je je eigen vraag stellen, of laten weten als je graag iets ziet veranderen aan de website.
De data voor de eindexamentraining worden nog bekend gemaakt. Dit gaat om VWO en HAVO, jaarlaag 2026-2027. Ze zijn live te volgen via youtube.
Tja, dit is natuurlijk altijd lastig te voorspellen... Ik heb wel even een lijstje gemaakt van hoe vaak een domein in de toets voorkwam de afgelopen 5 jaar:
Bijna altijd: Krachten/Energieen, Quantum (VWO)
Vaak: Elektriciteit/Magnetisme, Trillingen&Golven
Soms: Kernfysica, Gravitatie (VWO), Aarde&Heelal (HAVO)
Bijna nooit: Warmte&Materialen (HAVO)
Stop! Leg alles neer! Eerst even rustig ademhalen, want in 3 dagen kan je meer leren dan je denkt. Je moet het alleen wel slim aanpakken. Dat betekent géén samenvattingen meer maken/lezen en géén opgaves meer uit je boek maken. Focus in plaats daarvan op mijn examentrainingen/-lessen, of andere examenvideo's op youtube. Maak daarbij oude examenvragen, en uiteindelijk het liefst hele examens. Begin bij de meest nieuwe (2026-I en 2026-II) en werk naar de oudere examens toe.
Onthou dit: Elk examen dat je maakt en goed nakijkt, zorgt ervoor dat je volgende examen weer wat beter gaat! Met alleen maar onvoldoendes bij het oefenen kun je alsnog een voldoende halen op het echte examen.
Een opgave goed maken begint vaak bij herkenning.
Je leest de situatie, bekijkt de plaatjes, en je kan al gelijk plaatsen in welk domein deze vraag waarschijnlijk thuishoort.
Je leest de vraag heel aandachtig en snapt welke grootheid je moet gaan berekenen.
Je checkt in de vraag of je plaatjes/grafieken uit de tekst moet gebruiken.
Als de plaatjes/grafieken + je algemene kennis samen niet genoeg zijn, zoek je in de BiNaS naar formules die de grootheid bevatten die je moet gaan berekenen.
Je kiest de formule waarvan je het meeste kan invullen met gegevens uit de tekst/grafieken.
Om overzicht te houden schrijf je eerst de gegevens op, dan de formule en dan wat gevraagd is. Ook schrijf je de formule eerst om voor je hem invult, om tussentijdse rekenfouten te voorkomen.
Let op: Het klinkt makkelijker dan het is, maar blijf oefenen en je gaat steeds meer vragen op kunnen lossen!
Ja, eentje:
m = 1 u * M * N
Hierin is:
m de massa (kg)
1u de atomaire massa-eenheid (1u = 1,6605 * 10^-24)
M het massagetal
N het aantal deeltjes
Tenslotte is ook het begrip 'Geostationaire baan' belangrijk, want als dit in de opgave staat weet je dat:
Omlooptijd T = 24 uur
Plus en min: Pak het kleinste aantal decimalen na de komma. Dus:
2,31 + 3,4 - 4,761 ≈ 0,9
Keer en delen door: Pak het kleinste aantal cijfers. Dus:
19 * 5,43 / 2,121 ≈ 49
Let op: Significantie is alleen belangrijk als het gevraagd wordt!
Zie planeten even als knikkers op een veld, allemaal met verschillende groottes.
De 'straal (equator)' is de afstand van het midden van de knikker, tot de buitenkant van die knikker. Voor een grotere knikker ligt de buitenkant verder van het midden. Een grotere knikker heeft dus een grotere 'straal (equator)'.
De 'baanstraal' is de afstand van de knikkers tot het ding waar ze omheen draaien. Onze knikkers draaien natuurlijk om de zon. Dan is de 'baanstraal' de afstand van die knikker tot de zon. Dus Pluto, die heel ver weg van de zon staat, heeft een grotere 'baanstraal' dan Mercurius, die juist heel dichtbij staat.
Let op: Manen draaien niet om de zon maar om een planeet. Onze maan draait om de aarde, niet om de zon. De 'baanstraal' van onze maan is dus de afstand van de maan tot de aarde.
Ondanks wat andere video's zeggen, is er niet één duidelijke manier om 'leg uit' vragen aan te pakken. Wat tips:
Probeer extra aandachtig te lezen in de vraag en het stukje boven de vraag. Hierdoor snap je de situatie beter. Teken eventueel de situatie.
Vertaal zoveel mogelijk uit de vraag en uit de situatie naar natuurkundige grootheden
(bijv: de auto gaat sneller rijden -> vauto wordt groter)
Sla na een paar minuten nadenken de vraag over, en kom aan het einde van de toets terug.
Begin met een leeg blaadje en schrijf op: Ebegin = Eeind
Kijk nu naar je situatie:
Pak een beginpunt en een eindpunt (bijvoorbeeld de start van een val en het neerkomen op de grond).
Deze punten kies je op plekken waar energieën gelijk zijn aan 0. Dus pak een punt waarop v = 0 (want dan is Ekin = 0), of waarop h = 0 (want dan is Ezw = 0), etc.
Vervang Ebegin nu door de energieën aan het begin (bijv: Ekin ) en Eeind door de energieën aan het eind (bijv: Ezw + Ew)
en voila, je hebt energieën aan elkaar gelijk gesteld (bijv Ekin = Ezw + Ew)!
Tip: Wrijvingsenergie (Ew) zit altijd bij Eeind
Voor natuurkunde zeg ik altijd: Niet leren, maar oefenen. Welke handige theorie moet je wél leren:
De cijertjes die horen bij radio-activiteit. Dus gamma is 0,0 en een proton is 1,1 enz.
De weegfactoren voor de α, β en γ deeltjes. Belangrijk voor de equivalente dosis.
Grondtoon/boventonen leren herkennen uit plaatjes.
Wrijvingsenergie (Ew) heeft geen formule en haal je altijd uit de wet van behoud van energie.
Linker- en rechterhandregels voor magnetisme.
De zwaartekracht staat altijd recht naar beneden, maar de normaalkracht staat altijd loodrecht op het oppervlak (en dus niet per se recht omhoog)
Een geostationaire baan betekent dat de omlooptijd gelijk is aan 24 uur
VWO: Egrav is altijd negatief en kan dus nooit hoger zijn dan 0.
VWO Quantum: Er komt een foton vrij als een deeltje een energieniveau daalt, en er moet een foton in als het deeltje een energieniveau wil stijgen.
Veel van deze dingen leer je echter ook door te oefenen!